Peter Houtzagers over levensduur, hergebruik en de les van de eerste gloeilamp
Leveranciers adviseren vaak om een AED na acht jaar te vervangen. Maar is dat wel echt nodig? Volgens Peter Houtzagers, oprichter van Pulse4all, zeker niet. “Het is een verspilling van grondstoffen, van geld én een onnodig zware druk op het milieu. Ik vind dat nogal wat”, zegt hij.
Hij is niet voor niks fel op dit standpunt, waarover we met elkaar aan tafel zitten op een druilerige middag op kantoor. Zijn jarenlange ervaring in de AED-branche heeft hem namelijk geleerd dat de gemiddelde technische levensduur van een AED van Philips ongeveer veertien jaar bedraagt. Toch geven fabrikanten vaak acht jaar garantie en adviseren dealers om de AED na die periode te vervangen.
Net over de helft van zijn levensduur
Volgens Peter volledig onnodig. “In de eerste twaalf jaar gaat maar ongeveer vijftien procent van de AED’s van Philips stuk”, zo vertelt hij, terwijl hij een grafiek van zijn vorige bedrijf, AED360-ProCardio, laat zien. Rustig wijst hij het verloop van de grafiek aan, die laat zien hoeveel procent van de Philips-AED’s elk jaar kapot gaat.

“Maar de gemiddelde particulier weet dat helemaal niet.” Die gooit na acht jaar een goed werkend apparaat weg. Een apparaat dat net over de helft van zijn levensduur is. En dan is het maar de vraag hoe de particulier met het afgedankte apparaat en de accu omgaat. “Best kans dat alles gewoon de vuilnisbelt opgaat.”, zegt hij met zichtbare bevlogenheid.
Er is volgens Peter dan ook een duidelijk verschil tussen fabrieksgarantie en levensduur. “Als je AED binnen acht jaar stuk gaat, krijg je van Philips gratis een nieuwe. Als hij daarna stuk gaat, moet je zelf een nieuwe kopen. Dat is het enige wat fabrieksgarantie inhoudt”, zegt hij terwijl hij iets naar voren leunt en die laatste zin net wat extra benadrukt.
“Maar als hij na acht jaar niet stuk is, is er geen reden om hem weg te gooien. Je kunt hem net zo goed blijven gebruiken tot hij aan het einde van zijn levensduur is”, vervolgt hij met een licht schouderophalen.
Hoe lang blijft een AED betrouwbaar?
Online is over de levensduur van AED’s weinig concrete informatie te vinden. De Nederlandse Reanimatie Raad schrijft in haar ‘overwegingen bij aanschaf van een AED’ uit 2020 dat AED’s ontworpen zijn om ten minste vijf tot tien jaar in technisch goede staat te blijven, zolang ze op een vaste plek staan en je de batterijen en elektroden op tijd vervangt.
Hoe lang een AED na die periode nog betrouwbaar is, blijft echter onduidelijk. Onafhankelijk onderzoek hierover is namelijk schaars.
Het Nederlandse AED Keurmerk Instituut adviseert tien jaar en legt dit uit met: “Niemand weet wat de technische levensduur van een AED is, maar voor medische apparatuur wordt nog wel eens tien jaar aangehouden.”
Meeste storingen door gebrekkig onderhoud
Peter heeft echter wel wat problemen met die redenatie. “Dat impliceert dat je het risico loopt dat je een AED van de muur trekt die stuk is”, zegt hij. “Maar de meeste AED’s testen zichzelf. En de AED’s van Philips doen dit zelfs dagelijks.”
Daarom is het onmogelijk dat een Philips-AED kapot is zonder dat je dat weet, stelt Peter. “Philips zegt: als het groene lampje knippert, dan doet de AED het gegarandeerd. Dat is een honderd procent waterdichte garantie die Philips afgeeft. De afgelopen twintig jaar zijn er drie miljoen Philips AED’s gemaakt en dat is nog niet één keer misgegaan.”
Bovendien komt volgens Peter het overgrote deel van de storingen bij AED’s door gebrekkig onderhoud. “Bijna altijd wanneer een AED niet goed door de zelftest komt, is dat omdat de batterij of elektroden niet tijdig vervangen zijn. En dat onderhoud doen wij voor honderd procent. Dus bij Pulse4all komt het helemaal niet voor dat een AED om die reden een storing geeft in een zelftest”, benadrukt hij op vastberaden toon.
Lees hier meer over wat we bij Pulse4all doen.
Onderhoud met minder uitstoot
Dat onderhoud probeert Pulse4all bovendien zo duurzaam mogelijk te organiseren. In plaats van met vervuilende dieselbusjes het land door te rijden, wordt het onderhoud verzorgd door een omruil van de gehele AED ter plaatse door een standaard koeriersdienst zoals UPS of DHL. Het daadwerkelijke onderhoud wordt uitgevoerd op een centrale locatie in Eemnes.
“Een servicemonteur bezoekt misschien vier klanten per dag en dan ben je de hele dag aan het rijden. Een koerier heeft daarentegen zijn busje vol zitten met pakketjes voor een kleine regio. Elke honderd of driehonderd meter gooit hij er een pakketje uit. Dus voor ons pakketje hoeft hij niet of nauwelijks om te rijden. Dat is dus veel minder belasting voor het milieu.”
‘Alle AED’s komen bij mij terug’
Wanneer een AED van Pulse4all tóch echt stuk gaat, wordt de kapotte AED naar een partner gestuurd en uit elkaar gehaald. Onderdelen die nog werken, worden doorverkocht en hergebruikt. Datzelfde gebeurt met AED’s die de leeftijd van veertien hebben bereikt.
“Er zitten tientallen elementen in een AED. Het kleinste onderdeeltje hoeft maar stuk te gaan en het is game over”, legt Peter op nuchtere toon uit. “Als een AED eenmaal stuk is, kan hij niet meer gemaakt worden. Je kunt hem niet openmaken. Je kunt hem niet repareren. Stuk is stuk.”
Wanneer één onderdeeltje stuk is, zijn er vaak dus veel onderdelen die nog prima bruikbaar zijn. “Die kunnen naar bedrijven die er wat aan hebben. Bijvoorbeeld chipjes, die verder kunnen als chipje in een telefoon. Of in een koelkast.”
Peter hecht er vanuit zijn ervaring veel waarde aan dat het op deze manier geregeld wordt. “Het terugsturen van een oude AED gebeurt bijna nooit. Klanten doen dat niet. Misschien gooien de meesten hem wel in de kliko. Als leverancier weet je dat gewoon niet. En bij Pulse4all weet ik het wel. Alle AED’s komen bij mij terug.”
Dat weggooien is volgens hem bovendien precies de kern van het probleem. “We zijn veel te makkelijk geworden met dingen opnieuw kopen en weggooien. Want als je iets verkoopt wat nooit stuk gaat, kun je er geen geld aan verdienen. Ik vind, zoals het vroeger ging, de allereerste gloeilamp, die brandt nog steeds. En precies daar zie je het aan: dingen kunnen vaak langer mee dan ons wordt voorgehouden.”