“Mensen vinden het eng, maar wij maken het heel simpel”
Ooit verpleegkundige op de hartbewaking, nu eigenaar van een bloeiend bedrijf met een naam die precies zegt wat ze doet: Reanimeren kun je leren. Want dát is waar Marjolijn Noom-Rodenburg voor staat: “Ik wil mensen leren om in actie te komen wanneer iedere seconde telt. En dat ze niet bang hoeven zijn.”
Het is inmiddels vijftien jaar geleden dat Marjolijn besloot om de hartbewaking vaarwel te zeggen en zich te richten op het aanleren van reanimatietechnieken aan mensen die er in geval van nood mogelijk als eerste bij zijn. Sindsdien traint ze uiteenlopende groepen: van boswachters tot lokale verenigingen, huisartsenpraktijken, scholen en bedrijven, waaronder recentelijk een training aan de medewerkers van Pulse4all.
Die eerste acties
“Het is heel leuk om te zien dat mensen onwetend binnenkomen en de deur uitgaan met de kennis om in een noodsituatie te handelen. Dat ik ze mee kan geven dat ze het nooit fout kunnen doen, geeft mij voldoening”, legt Marjolijn uit.
Ze kwam in aanraking met lesgeven toen ze als verpleegkundige op de hartbewaking werkte en in een reanimatieteam zat. In haar jaren daar voerde ze zeker zo’n 300 reanimaties uit. “Ik ben uiteindelijk betrokken geraakt bij de opleiding van het ziekenhuis, om daar personeel te trainen. Toen dacht ik: dit is veel leuker buiten het ziekenhuis. Vervolgens ben ik gevraagd bij een tennisvereniging. En het trainen van leken vond ik nóg leuker. Voor mij ging er toen een andere wereld open”, vertelt ze enthousiast.
Hoewel ze inmiddels ook bredere EHBO-trainingen geeft, blijven de reanimatielessen haar favoriet. “In het ziekenhuis zag ik slachtoffers van een hartstilstand pas als het hele gebeuren al geweest was. Maar mensen helpen bij juist die eerste acties, dat vind ik toch leuker dan bijvoorbeeld een schaafwondje behandelen”, zo legt ze uit.
No, no, go!
In haar training legt Marjolijn de deelnemers stap voor stap uit wat er moet gebeuren, zo heb ik zelf ervaren. Na elk stukje uitleg verdeelden we ons over verschillende reanimatiepoppen verspreid door de ruime hal, om het geleerde meteen in de praktijk te brengen.

“Mensen vinden het eng. Maar wij maken het eigenlijk heel simpel. Het is een kwestie van herhalen en van elke keer weer een stapje erbij. Het is no, no, go: geen bewustzijn is no, geen normale ademhaling is no, en dan moet je gewoon de borstcompressies starten, dus go”, zo benadrukt ze met hoorbare daadkracht in haar stem.
“Gewoon, zeg ik dan”, herhaalt ze nog even haar vorige zin. “Maar als je het niet doet, weet je zeker dat diegene het niet overleeft. Zo heb je tenminste iets gedaan.”

Dat het niet zo eenvoudig is, is mij ook duidelijk geworden. Het is in het begin even uitvogelen waar je precies je handen moet plaatsen en hoe hard je moet drukken.
Wanneer de pop licht geeft, weet je dat je goed zit. Die bevestiging helpt. Het door Marjolijn aangegeven ritme ook. Zo gaat het steeds gemakkelijker.
“Door dat in stapjes aan te leren, krijgen mensen de smaak te pakken en durven ze het ook. En dan komt de AED erbij en zien ze: oh, het is dus eigenlijk eenvoudig. Want uit de AED komt een stemmetje dat zegt wat je moet doen”, vervolgt Marjolijn het gesprek, wat mij de training van enige tijd geleden weer in herinnering roept.

Een mooi en menselijk aspect
Het inzetten van de AED was uiteraard ook onderdeel van de training die Pulse4all kreeg. Helaas was mijn reanimatiepoging op de pop niet succesvol, iets waar Marjolijn en haar collega ons op hadden voorbereid.
“Je moet mensen er ook op wijzen dat het niet altijd lukt, maar dat ze dan wel wat gedaan hebben. Want anders ga je je nog schuldig voelen of denken dat het aan jou ligt. En dat wil ik niet meegeven. Er zijn nu eenmaal zat situaties waarbij dat gebeurt. Als de AED wel een schok adviseert, is je overlevingskans 70%. Maar heel vaak zegt hij ook ‘geen schok nodig’. Dat is een heel andere situatie”, zo benadrukt ze.
“Een beetje ‘real’ oefenen”
Al met al heeft Nederland volgens Marjolijn een heel goed reanimatieklimaat. “Het burgerhulpsysteem werkt goed. Steeds meer mensen kunnen reanimeren. En er hangen steeds meer AED’s. De overlevingskansen zijn hier het beste van heel Europa”, vertelt ze.
En dat burgerhulpsysteem heeft volgens de cursusleidster baat bij juist die kleine dingen waar je in de eerste plaats niet aan zou denken. “Vanavond ga ik bijvoorbeeld weer naar de tennisvereniging. Het gaat dan niet alleen om het reanimeren van een pop, maar ook om alles daaromheen. Hoe bel je de ambulance? Kan het hek eigenlijk wel open? En wat is het adres van de tennisbaan? Het zijn de simpelste dingen.”
Het zijn inderdaad voorbeelden die je aan het denken zetten. “Niet alle slachtoffers liggen netjes op de grond. Soms gebeurt het boven en dan ren je naar beneden omdat daar je telefoon ligt. Je gaat dat een beetje naspelen. En we oefenen ook weleens met een onwelwording op het toilet. Of met iemand achterin de auto. Of bij de boswachters met iemand in het water. Een beetje ‘real’ oefenen, dat is wel leuk om te doen”, vervolgt ze.
“Soms vertellen cursisten me over een reanimatie die ze gedaan hebben. Zo merk je dat je cursussen een meerwaarde hebben. Dan hoor ik weleens: ik hoorde steeds jouw stem, van één en twee en drie. Want dat gil ik natuurlijk door die hele zaal tijdens een cursus. Dat vind ik mooi: dat ze zich dat herinneren en doorgaan.”
Zelf herinnert Marjolijn zich haar eerste reanimatie nog als de dag van gisteren. “Ik moest die schokken toedienen en na één schok kwam die man al bij. Hij opende zijn ogen en hij was er weer”, vertelt ze, zichtbaar nog steeds een beetje onder de indruk. “Het idee dat je iemand echt uit de dood haalt. Dat moment weet ik nog precies. Ook wie dat was en hoe hij heette. Dat blijft me altijd bij.”
Wil je graag lezen wat Marjolijn te zeggen heeft over de nieuwe richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad? Lees dan ook eens dit interview. Wil je juist meer weten over haar missie om de hartveiligheid bij vrouwen te vergroten? Lees dan het interview over reanimeren bij vrouwen.