In het kort: Bij het reanimeren van een baby (0-1 jaar) ga je anders te werk dan bij een volwassene. Is er geen bewustzijn en ademt de baby niet normaal? Dan start je met vijf beademingen. Daarna volgen vijftien borstcompressies met je duimen. Dit wissel je af met twee beademingen, waarbij je je mond om de mond en neus van de baby plaatst. Blijf de borstcompressies en de beademingen afwisselen een verhouding van 15:2 en laat wanneer mogelijk een omstander een AED halen.
Alle adviezen in dit artikel zijn gebaseerd op de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad.
Babyreanimatie vs. kinderreanimatie: Wat is het verschil?
Een baby die een hartstilstand krijgt: gelukkig komt het niet vaak voor. De Nederlandse Reanimatie Raad schat in dat er jaarlijks zo’n 300 kinderreanimaties zijn buiten het ziekenhuis. Niet veel dus, zeker gezien ook oudere kinderen in die cijfers worden meegenomen. Toch kan het gebeuren. En als het gebeurt wil je weten wat je moet doen.
Je gaat bij een kind anders te werk dan bij een volwassene. En wanneer het ook nog eens een baby betreft, zijn er nog meer verschillen. Een baby is immers kleiner en anders gebouwd.
Om een goed beeld te krijgen, vind je de belangrijkste verschillen tussen het reanimeren van een volwassene, het reanimeren van een kind ouder dan één jaar en het reanimeren van een baby hieronder:
|
Reanimatie baby (kind jonger dan één jaar) |
Reanimatie kind ouder dan één jaar |
Reanimatie volwassene |
|
|
Openen luchtweg |
Leg een hand op het voorhoofd en hou het hoofd zo stil mogelijk in een neutrale positie. Plaats je vingertoppen onder de punt van de kin van de baby en til deze op. |
Leg een hand op het voorhoofd en hou het hoofd zo stil mogelijk in een iets naar achteren gekantelde positie. Plaats je vingertoppen onder de punt van de kin van het kind en til deze op. |
Leg een hand op het voorhoofd en duw het hoofd voorzichtig achterover. Plaats je vingertoppen onder de punt van de kin en til deze op. |
|
Begin reanimatie |
Start met vijf beademingen. |
Start met vijf beademingen. |
Start met borstcompressies. |
|
Borstcompressies |
Gebruik de duimen van je beide handen om de compressies te geven. Omvat de borstkas met beide handen. |
Voer de borstcompressies uit met één hand. |
Voer de borstcompressies uit met twee handen. Haak je vingers in elkaar. |
|
Diepte en tempo borstcompressies |
Tenminste een derde van de dikte van het lichaampje. Niet dieper dan zes centimeter. |
Tenminste een derde van de dikte van het lichaampje. Niet dieper dan zes centimeter. 100 tot 120 keer per minuut. |
Vijf tot zes centimeter. 100 tot 120 keer per minuut. |
|
Beademingen |
Plaats je lippen sluitend om de mond en neus van de baby. |
Plaats je lippen sluitend over de mond van het kind. Knijp de neus dicht. |
Plaats je lippen sluitend over de mond van de volwassene. Knijp de neus dicht. |
|
Verhouding borstcompressies en beademingen |
15:2 |
15:2 |
30:2 |
Stappenplan: Hoe reanimeer je een baby in 6 stappen?
Je wil er liever niet aan denken. Toch kan het gebeuren. Stel je voor: je ziet een baby die niet lijkt te reageren. Wat doe je?
Stap 1: controleer het bewustzijn. Schud voorzichtig aan de schouders van de baby en spreek het kind aan.
Stap 2: Geen reactie? Vraag een omstander om 112 te bellen en daarna de AED te halen. Bel als je alleen bent zelf 112.
Stap 3: Controleer de ademhaling (kijk, luister, voel): Plaats een hand op het voorhoofd en houd het hoofd zo stil mogelijk met het gezicht naar boven. Plaats twee vingertoppen onder de punt van de kin en til deze op. Controleer maximaal tien seconden of er normale ademhaling is.
Stap 4: Is er geen normale ademhaling of twijfel je? Geef vijf beademingen. Plaats je lippen sluitend om de mond en neus van de baby en blaas gedurende een seconde rustig uit. Haal daarna je mond weg. Houd de luchtweg open terwijl je dit doet en controleer of de borstkas omhoog en naar beneden gaat.
Stap 5: Geef vijftien borstcompressies. Plaats beide duimen op elkaar op het midden van de borstkas. Omvat de borstkas met je handen. Duw de borstkas minimaal een derde van de dikte van het lichaampje in, maar niet dieper dan zes centimeter. Laat de borstkas weer omhoogkomen. Blijf dit herhalen in een tempo van 100 tot 120 keer per minuut.
Stap 6: Geef twee beademingen. Blijf de compressies en beademingen daarna afwisselen in de verhouding 15:2.
Gebruik, wanneer je niet getraind bent in kinderreanimatie, de richtlijnen voor volwassenen en geef lichtere borstcompressies en kleinere beademingen. Lees hier hoe je een volwassene reanimeert.
H2: Mag je een AED inzetten bij een baby jonger dan 1 jaar?
Ja, dat is zeker toegestaan. Misschien vind je het eng, omdat een baby nog zo klein is en kwetsbaar lijkt. Misschien ben je daarom bang dat je het kindje met de schok beschadigt. Gelukkig kunnen we je dan geruststellen: iets doen is altijd beter dan niets, óók bij een baby.
Daarom: is de AED aanwezig? Geef dan eerst vijf beademingen (wanneer je dit nog niet hebt gedaan) en zet daarna de AED in.
Let bij de inzet van de AED bij een baby of jong kind wel altijd op het volgende:
-
Zet bij een kind jonger dan acht jaar bij voorkeur een AED in die geschikt kan worden gemaakt voor kinderen via een kindfunctie zoals een kindknop of kindsleutel. Wanneer zo’n AED niet beschikbaar is, kun je alsnog een AED voor volwassenen inzetten. Een AED voor volwassenen is immers altijd nog beter dan helemaal geen AED.
-
De plaats van de elektroden: Plak de ene elektrode midden op de borstkas en de andere elektrode midden op de rug van de baby. Zo voorkom je dat de elektroden elkaar op de kleine borstkas raken.
Wil je meer weten over AED-inzet bij kinderen? Lees dan ook eens dit artikel waarin je alles leest over het inzetten van een AED bij kinderen ouder dan één jaar. In dit artikel lees je bovendien meer over hoe je een AED inzet bij een volwassene.
Zoek je een AED voor een locatie waar veel kinderen komen, zoals een basisschool of een kinderdagverblijf? Dan kan de Philips FRx met optionele kindsleutel een passende keuze zijn. De kindsleutel wordt bij Pulse4all niet standaard meegeleverd, maar kan indien gewenst worden bijbesteld.
Veelgestelde vragen over babyreanimatie (FAQ)
Waardoor krijgt een baby een hartstilstand?
De redenen voor een hartstilstand bij een baby zijn meestal anders dan bij een volwassene. Zuurstoftekort, bijvoorbeeld veroorzaakt door verstikking of verdrinking, is een belangrijke oorzaak voor een hartstilstand bij een jong kind.
Vroegtijdig alert zijn op signalen van ademhalingsproblemen kan soms voorkomen dat het zuurstoftekort overgaat in een hartstilstand. Daarnaast kan de hartstilstand ook voortkomen uit een aangeboren hartafwijking.
Hoe herken je een hartstilstand bij een baby?
Net als bij een volwassene herken je een hartstilstand bij een baby op de volgende manieren:
-
De baby reageert niet. Ook niet als je voorzichtig aan de schoudertjes schudt of prikkels toedient op een andere manier.
-
De baby ademt niet of niet normaal. Er kan sprake zijn van agonale ademhaling of gasping, waarbij het kind naar adem lijkt te happen of juist niet of nauwelijks ademt. Start bij twijfel altijd met de reanimatie.
Moet je de kleren van de baby uittrekken voor je begint met reanimeren?
Bij het geven van borstcompressies en mond-op-mondbeademing is dat niet nodig. Het kost je bovendien een hoop tijd die je beter aan de reanimatie kunt besteden. Alleen wanneer de baby een dikke jas draagt, is het wel een goed idee om die open te maken.
Totdat de AED arriveert. Dan wordt het wél belangrijk om de borstkas te ontbloten. Je moet de elektroden immers aanbrengen op de blote huid zodat ze een effectieve schok kunnen geven. Knip hiervoor de kleding van de baby open.
Kun je de ribjes van een baby breken tijdens de reanimatie?
Ja, dat kan inderdaad gebeuren. Het idee dat je de ribben van een klein kindje kunt breken, lijkt misschien erg naar. Toch mag dit je, net als bij een volwassene, nooit laten weerhouden van een reanimatie. Een gebroken rib herstelt. De schade veroorzaakt door langdurig zuurstoftekort is daarentegen een stuk ernstiger.
Hoe lang moet je een baby reanimeren?
Blijf bij iedereen, ook bij een baby, altijd doorgaan met de reanimatie totdat:
-
De professionele hulpverlening arriveert en de reanimatie overneemt.
-
De baby weer normaal begint te ademen en weer bij bewustzijn komt.
-
Je uitgeput bent en er niemand is om het over te nemen.
Wat als de baby tijdens de reanimatie weer begint te ademen?
Volgens de Nederlandse Reanimatie Raad is het zeldzaam dat de bloedsomloop weer op gang komt alleen door het geven van borstcompressies en beademingen. Ga daar alleen vanuit wanneer sprake is van al de onderstaande situaties:
-
De baby komt weer bij bewustzijn.
-
De baby ademt weer normaal of huilt.
-
Het kindje beweegt zich.
-
Het kindje opent de ogen actief.
Weet je écht zeker dat het kindje weer bij bewustzijn is en normaal ademt? Dan kun je stoppen met de reanimatie. Wel is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de luchtweg open blijft. En heb je het idee dat het kindje braakneigingen heeft? Draai de baby dan op de zij.
Het is bovendien goed om niet meteen te denken dat het gevaar is geweken. Hou het kind in de gaten en let op het bewustzijn en de ademhaling, zodat je de reanimatie kunt hervatten wanneer nodig. Laat wanneer je al een AED hebt aangesloten, de elektroden zitten en de AED aan staan.
Blijf alert en handel onmiddellijk
Uiteindelijk kan een hartstilstand iedereen overkomen. Gelukkig overkomt het jonge kinderen niet vaak, maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. En als het dan gebeurt is snelle actie het allerbelangrijkste. Laat je niet leiden door angst omdat het kind zo klein en kwetsbaar lijkt. Start bij twijfel altijd met de reanimatie en laat een omstander een AED halen. Uiteindelijk is handelen het allerbelangrijkste.