Wanneer je een AED inzet, plak je de elektroden op een zo droog mogelijke, ontblote borstkas. Eén elektrode plak je direct onder het rechtersleutelbeen. De andere elektrode plak je enkele centimeters onder het midden van de linker oksel. Op de pads van jouw AED vind je bovendien duidelijke afbeeldingen waarop je deze posities precies kunt zien. Bij kinderen onder de acht jaar plaats je de elektroden anders: één iets links van het midden van de borstkas en de ander midden op de rug.
Wat is de juiste positie voor AED-elektroden bij volwassenen?
Wanneer je een AED inzet, moet je eerst de elektroden op de juiste manier op de borstkas van het slachtoffer aanbrengen. Volgens de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad doe je dat bij een volwassene en bij een kind vanaf acht jaar als volgt:
-
Plaats één elektrode op de ontblote borstkas direct onder het rechter sleutelbeen, dicht tegen het midden van de borstkas.
-
Plaats de andere elektrode enkele centimeters onder het midden van de linker oksel.
De pads van AED’s bevatten meestal afbeeldingen waarop dit visueel wordt aangeduid.
In vier stappen AED-pads correct aanbrengen
Wanneer je de elektroden aanbrengt, volg je de volgende stappen:
-
Ontbloot zo snel mogelijk de borstkas. Knip of scheur kleding wanneer nodig open. Verwijder ook een eventuele BH. De meeste AED’s bevatten een zogeheten rescue kit met onder andere een schaar en een scheermes. Plak de elektroden nooit op de kleding.
-
Snelheid staat voorop, maar goed contact tussen de elektroden en de huid is cruciaal. Zorg om dit te realiseren voor het volgende:
-
Is iemand erg nat of bezweet? Maak de borst snel droog. Bijvoorbeeld met een handdoek of kledingstuk.
-
Heeft het slachtoffer zo’n harige borst dat de pads niet goed blijven plakken? Scheer dan snel de borst.
-
Verwijder eventuele pleisters of sieraden die in de weg zitten.
-
Klaar om te plakken? Open dan de verpakking en haal de elektroden eruit.
-
Plak de elektroden op de juiste plek zoals aangegeven op de afbeeldingen en hierboven uitgelegd. Volgens de Nederlandse Reanimatie Raad is het belangrijk om er bij het plakken voor te zorgen dat er geen luchtbellen ontstaan.
-
De AED is klaar om het hartritme te analyseren.
Wil je meer lezen over de overige stappen die je uitvoert tijdens een reanimatie? Lees dan ook eens dit artikel waarin we het reanimatieproces stap voor stap uitleggen. Of bekijk onze video's waarin je alle stappen van een AED inzet kunt zien.
Waar plak je AED-elektroden bij een kind of baby?
Hoewel hartstilstanden meestal voorkomen bij volwassenen, kan het helaas voorkomen dat je een AED moet inzetten bij een jong kind.
Bij een jong kind is de borstkas vaak nog zo klein dat wanneer je de elektroden op dezelfde manier zou plakken als bij volwassenen, de elektroden elkaar raken. En dat is niet de bedoeling.
Bij een kind jonger dan acht jaar of lichter dan 25 kilo plak je de elektroden volgens de Nederlandse Reanimatie Raad daarom als volgt:
-
Plaats één elektrode op het midden van de borstkas, iets meer links dan rechts van het borstbeen.
-
Plaats de andere elektrode in het midden van de rug, tussen de schouderbladen.
Er bestaan speciale kinderelektroden. De Nederlandse Reanimatie Raad raadt echter aan om universele elektroden te gebruiken, zodat er bij een reanimatie zo min mogelijk tijd wordt verspild aan het wisselen van de elektroden.
Er zijn ook AED’s met een kindfunctie, waarmee de AED geschikt wordt voor kinderen zonder dat je de elektroden hoeft te wisselen. Wanneer zo’n AED niet beschikbaar is, is het echter ook mogelijk om een AED voor volwassenen in te zetten.
Veelgestelde vragen over het plakken van AED-elektroden
Maakt het uit welke pad links of rechts komt?
Volg altijd de pictogrammen op de elektroden zelf om te bepalen welke elektrode je waar plaatst. Wanneer je de elektroden echter toch per ongeluk hebt omgewisseld, kun je ze gewoon laten zitten.
Kun je de elektroden opnieuw plakken als je ze verkeerd plakt?
Nee, de Nederlandse Reanimatie Raad raadt dat af. Volgens de organisatie moet je de elektroden wel heel erg verkeerd hebben geplakt, wil de hartanalyse daardoor mislukken. Mogelijk is de schok iets minder effectief, maar het verschil is niet groot.
Als je de elektroden losmaakt, onderbreek je bovendien de analyse van het hartritme, wat tijd kost. Denk je eens in: iemands overlevingskans bij een hartstilstand daalt met 6- tot 10% per minuut dat er geen AED wordt ingezet. Dan is het opnieuw plaatsen van de elektroden vaak schadelijker dan het niet volledig correct plakken van de elektroden.
Waar plak je de elektroden als iemand een pacemaker of ICD heeft?
Een pacemaker of ICD is makkelijk herkenbaar aan een verdikking onder de huid. Hoewel het apparaatje in principe zelf een schok zou moeten geven bij een hartstilstand, kan een AED nog steeds uitkomst bieden wanneer hij dat niet doet. Volgens de Nederlandse Reanimatie Raad kun je in dat geval gewoon een AED inzetten. Let er wel op dat je de elektroden niet direct bovenop de verdikking plaatst, maar iets ernaast.
Kun je de elektroden hergebruiken na een inzet?
Nee, na een inzet moet je de elektroden vervangen omdat de geleidende gel op de elektroden na het openen van de verpakking uitdroogt. Lees meer over het onderhoud van een AED in dit artikel.
Durf te handelen
Het plakken van de elektroden is één van de belangrijkste levensreddende handelingen wanneer je een AED inzet. Doordat jij nu al weet waar ze moeten komen en hoe je de pads aanbrengt, ben je optimaal voorbereid wanneer het er écht toe doet. En dat vinden wij bij Pulse4all belangrijk.
Maar wat we nog belangrijker vinden is dat je weet dat je geen fouten kan maken. Dat alles beter is dan niets. En dat niets doen eigenlijk de enige fout is die je kunt maken. Bovendien sta je er niet alleen voor. Onze AED’s zijn specifiek ontworpen om je met duidelijke instructies bij te staan gedurende het hele proces.
Wil je meer weten over hoe burgerhulpverleners te werk gaan? Lees dan dit interview met burgerhulpverlener Grietine over hoe zij handelde in een noodsituatie.